Wat is het verschil tussen een motorrijtuig en motorvoertuig?

Wat is het verschil tussen een motorrijtuig en motorvoertuig?

Wat is het verschil tussen een motorrijtuig en motorvoertuig?

Wat is het verschil tussen een weggebruiker en een bestuurder?

Tijdens het CBR examen krijg je te maken met verschillende wetten en regels. Het is belangrijk dat je eerst de begrippen beheerst, waarmee je te maken krijgt in het verkeer. Tijdens het theorie examen oefenen komen deze begrippen ook uitgebreid aan bod. Om je alvast op “weg” te helpen worden in dit artikel de volgende begrippen uitgelegd, zodat de verschillen duidelijk zijn.

 

  • Verkeer
  • Weggebruikers
  • Voetgangers
  • Bestuurders
  • Bestuurders van een motorvoertuig
  • Motorrijtuigen
  • Motorvoertuigen

 

Wat is een weggebruiker?

Onder verkeer zijn alle weggebruikers zoals bestuurders en voetgangers begrepen. Een weggebruiker omvat de voetgangers, fietser, brom- en snorfietsen, bestuurders van motorvoertuigen. Daarnaast ook bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, brommobiel, tram, ruiters of bestuurders van een wagen.

 

Wat is een voetganger?

Een voetganger is een weggebruiker die zicht lopende voortbeweegt.  Niet alleen voor een voetgangers gelden de regels voor voetgangers. Ook voor een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig gelden de regels voor voetgangers. Deze regels zijn van toepassing op moment dat het gehandicaptenvoertuig op het voetpad of trottoir rijdt. Als iemand met een fiets, brom- of snorfiets aan de hand loopt gelden ook de regels voor de voetgangers!

Daarnaast zijn er ook hulpmiddelen bij het voortbewegen maar geen voertuigen zijn. Bijvoorbeeld rolschaatsen, skateboards of skeelers. Ook voor deze weggebruikers gelden de regels voor voetgangers.

 

Wat is een bestuurder?

Een bestuurder is een weggebruikers behalve de voetganger. Ook een ruiter is een bestuurder. Een bestuurder van een motorvoertuig is iemand de een motorvoertuig zelf bestuurt. Onder motorvoertuigen vallen alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen.



Wat is het verschil tussen een motorrijtuig en motorvoertuig?

Een motorrijtuig zijn alle voertuigen die anders dan langs de rails worden voortbewogen. Een tram of trein vallen dus niet onder een motorrijtuig. Voorbeelden van motorrijtuigen: Personenauto, bromfietsen, snorfietsen. Een fiets met trapondersteuning is GEEN motorrijtuig.

Een motorvoertuig vallen de gemotoriseerde voertuigen, behalve de bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen en bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen.

 

Is een personen auto een motorrijtuig?

Ja, een personenauto is een motorrijtuig maar ook een motorvoertuig.

 

Is een bromfiets een motorrijtuig of een motorvoertuig?

Ja, een bromfiets is een motorrijtuig maar GEEN motorvoertuig.

 

Is een elektrische fiets een motorrijtuig of een motorvoertuig?

Nee, een elektrische fiets (fiets met trapondersteuning) is geen motorrijtuig en ook geen motorvoertuig. De regels zoals deze voor de fietser gelden zijn van toepassing.

 

Wat is het verschil tussen een motorrijtuig en motorvoertuig?

Je weet nu wat het verschil is tussen een motorrijtuig en een motorvoertuig. Test jouw kennis over het auto theorie examen en maak een van de volgende modules.

 

Wat is het verschil tussen een motorrijtuig of motorvoertuig

Verschillende snelheden op de weg

Verschillende snelheden op de weg

Verschillende snelheden op de weg

In Nederland gelden voor allerlei soorten wegen verschillende maximumsnelheden. Hieronder staat een lijstje met hoe hard je mag rijden met de auto op welke soort weg.

15 kilometer per uur

Wanneer je op een erf rijdt, mag u slechts 15 kilometer per uur rijden. Je kan een erf herkennen aan het onderstaande verkeersbord.

15 kilometer per uur

30 kilometer per uur

Binnen de bebouwde kom zal je vaak 30 moeten rijden. Vooral in woonwijken zijn er vaak speciale 30-zones aangegeven, waarin je dus niet harder dan 30 mag rijden.  Deze zones zijn altijd aangegeven met een bord. Er zijn dus geen standaard regels die je vertellen wanneer u 30 moet rijden, behalve het bord.

30 kilometer per uur

50 kilometer per uur

In Nederland geldt de regel dat wanneer je binnen de bebouwde kom bent, dat je 50 mag rijden. Wanneer je dus een bord passeert met de plaatsnaam van het desbetreffende dorp of stad erop, moet je vaart minderen en 50 gaan rijden. Let dus goed op of je dus binnen de bebouwde kom rijdt. Het onderstaande bord geeft aan dat je de bebouwde kom binnenrijdt en 50 moet gaan rijden.

60 kilometer per uur

Soms rij je buiten de bebouwde kom, maar heeft de weg geen middenstreep. Er staan echter wel strepen aan de zijkant van de weg. Dit betekent dat je hier maximaal 60 kilometer per uur mag rijden. Hieronder zie je een voorbeeld van zo’n weg.

80 kilometer per uur

Wanneer je buiten de bebouwde kom rijdt, is de maximumsnelheid 80 kilometer per uur. Dit is de standaard regel wanneer je de bebouwde kom uitrijdt. Dit betekent dat wanneer er niets anders is aangegeven, je altijd 80 mag rijden. De weg kan je herkennen aan de strepen aan de zijkant van de weg en een middenstreep.

100 kilometer per uur

Je mag 100 kilometer per uur rijden op een autoweg. Een autoweg is te herkennen aan een vierkant blauw verkeersbord met een witte auto erop. Waar je ook aan kunt herkennen dat je maximaal 100 mag rijden, is een groene streep in het midden van de weg. Dit ziet er als volgt uit:

bord autoweg

130 kilometer per uur

Op een autosnelweg mag je maximaal 130 kilometer per uur rijden. Als dit anders is, staat het aangegeven op borden naast of boven de weg. Hieronder staat het bord dat je ziet wanneer u de snelweg oprijdt.

 

 bord autosnelweg
 

Zoals je kunt zien is het belangrijk bij het verkeersborden oefenen. Wanneer je de borden kent, zie je meteen hoe hard je ergens mag rijden. Ook is het belangrijk om te weten dat de maximumsnelheden niet vaststaan. Wanneer er namelijk bijzondere omstandigheden zijn, zoals mist of wegwerkzaamheden, moet je jouw snelheid aanpassen. Gevaarherkenning is hierbij erg handig, want als je kan inschatten wanneer er gevaar dreigt, kunt je jouw snelheid aanpassen.

Verschillende snelheden op de weg

CBR examen

CBR examen

CBR examen

Het afrijden bij het CBR examen bestaat uit twee delen. Eerst doe je theorie-examen. Daarna doe je praktijkexamen. Dit moet in deze volgorde, je moet je theorie-examen gehaald hebben voordat je praktijkexamen gaat doen.

Theorie-examen CBR

Het theorie-examen mag je maken vanaf 16 jaar. De bedoeling hiervan is dat je alle verkeersregels kent, de verkeersborden kent, gevaar op de weg kunt herkennen en dat je verkeersinzicht hebt.  Je kunt je theorie-examen oefenen door veel opdrachten te maken en door het boek goed te leren. Hoe meer je oefent, hoe meer kans dat je slaagt voor het examen. Het examen heeft twee delen, waar je in totaal 30 minuten over mag doen. Als je extra tijd nodig hebt door bijvoorbeeld dyslexie of een individueel begeleid examen doet, dan heb je 45 minuten de tijd.

 

Gevaarherkenning

Het eerste deel is gevaarherkenning. Hierbij krijg je 25 vragen, waar je er 13 van goed hoeft te beantwoorden om het onderdeel te halen. Deze 25 vragen moet je beantwoorden met ‘remmen’, ‘gas loslaten’ of ‘niets doen’. Het gaat hierbij dus om situaties die je ook echt in het verkeer kan tegenkomen. Je krijgt een plaatje alsof jij in de auto zit, dus je ziet hoe hard je rijdt en wat je door de voorruit ziet. Bij dit deel is het belangrijk dat je veel oefenvragen maakt, want dit kun je niet echt leren, maar dit kun je wel goed oefenen.

 

Verkeersregels en verkeersinzicht

Het tweede deel gaat over verkeersregels en verkeersinzicht. Dit zijn maar liefst 40 vragen. Hiervan mag je er maar 5 fout hebben. Minimaal 35 antwoorden moeten dus goed zijn. Deze vragen kunnen over van alles gaan: verkeersregels, borden, voorrang, feitjes over de auto, regels voor aanhangers, enzovoort.

Via de website van het CBR kun je zelf je theorie-examen inplannen. Als je je examen hebt ingepland, is het belangrijk om een geldig identiteitsbewijs en je reserveringsbewijs mee te nemen. Dit bewijs vind je in de mail die je hebt gekregen na het inschrijven voor het examen. Als je bij het CBR bent, meld je je aan via de aanmeldzuil. Daarna heb je tijd om je spullen in een kluisje te doen. Doe hier al je spullen in, behalve je legitimatie. Nu is het wachten tot je wordt opgeroepen. In de wachtruimte hangt een scherm met daarop de reserveringsnummers en de status erachter. Als er ‘aangemeld’ staat, is je aanmelding gelukt. ‘Spullen in de locker’ staat ervoor dat je bijna mag beginnen. Check of al je spullen behalve je identiteitsbewijs in de kluis liggen. Als je mag beginnen staat er: ‘Ga naar start examen’. Nu moet je je melden bij de gelijknamige balie. Hier wordt je identiteitsbewijs gecheckt.

 

CBR examen

Het examen maak je op de computer. Ga bij het tafelnummer zit die je bij de balie hebt gekregen. Kijk op de computer of je e-mailadres klopt en leg je legitimatie op de hoek van de tafel. Wanneer je op ‘start’ klikt, begint het examen. Lees de instructies goed door en neem de tijd voor de vragen. Let wel op dat je niet te veel tijd neemt, want er is wel een tijdslimiet per vraag. Aan het einde van het examen krijg je te zien hoeveel fouten je had. Als je het gehaald hebt, zie je een duimpje omhoog met ‘geslaagd’ eronder. Als je een duimpje naar beneden te zien krijgt, ben je helaas ‘gezakt’. De foute antwoorden kun je na het examen nog kort inzien. Loop daarna de zaal uit en pak je spullen weer uit je kluisje. De uitslag krijg je binnen 24 uur gemaild.

Als je het examen gehaald hebt, is het anderhalf jaar geldig. Dit betekent dat je na het halen van je theorie-examen 1,5 jaar de tijd hebt om ook je praktijkexamen te halen. Als dit niet lukt, dan moet je je theorie-examen weer opnieuw doen.

 

Praktijk CBR examen

Vanaf 17 jaar mag je ook je praktijkexamen doen. Ook moet je gezond genoeg zijn. Om dit te controleren, moet je een gezondheidsverklaring invullen.

Voor het examen ontmoet je de examinator. Hij zal je uitleggen hoe het examen in zijn werk zal gaan en je legitimatie, de uitnodiging voor het examen en of je geslaagd bent voor je theorie checken. Daarnaast vul je van tevoren een zelfreflectie formulier in. De examinator kijkt of je die hebt meegenomen. Op dit formulier beoordeel je je eigen rijkunsten. Soms rijdt je rijleraar ook mee tijdens het examen, maar soms niet. Dit hangt af van of jij dit wil, of je rijleraar dit wil en of er ruimte in de auto is. Soms rijdt er namelijk een leerling-examinator mee.

Dan loop je met de examinator mee naar buiten. Op het parkeerterrein doe je eerst een ogentest. Je moet een nummerbord kunnen lezen die ongeveer 25 meter verderop staat. Als je dit niet haalt, mag je niet afrijden. Controleer van tevoren dus met je rijleraar of je een kentekenplaat kunt lezen op deze afstand, want het zou zonde zijn als je om deze reden niet mag afrijden. Verder is er nog kans dat je bijvoorbeeld onder de motorkap moet kijken om aan te geven wat daar allemaal zit, moet kijken of er niets mis is met de auto, of moet vertellen over de symbolen op het dashboard.

 

Praktijkexamen auto

Nu ga je eindelijk beginnen. Je gaat in totaal ongeveer 35 minuten rijden. Een deel van het examen is het zelfstandig rijden. Je gaat nu borden volgen, met navigatie rijden of er wordt verwacht dat je weet waar het is. Een ander deel is de aanwijzingen van de examinator opvolgen. De examinator beoordeelt vooral of je veilig genoeg rijdt om zelf de weg op te mogen. Ook is het belangrijk dat je zelfstandig beslissingen kunt maken. Je moet de auto onder controle kunnen houden, weten wanneer je voorrang hebt of verleent en of je goed kijkt of er verkeer aankomt.

Daarnaast is er tijdens dit uur ook tijd om twee opdrachten uit te voeren. Het gaat hier om de stop-opdracht, parkeren of omkeren. Twee van deze drie dingen zal aan je gevraagd worden om uit te voeren. Als je dit al gehaald hebt bij je tussentijdse toets, zal dit niet meer tijdens je praktijkexamen gevraagd worden.

Na het examen hoor je meteen of je het gehaald hebt of niet. Daarnaast hoor je nog wat tips en waarom je het wel of niet gehaald hebt. Als je gezakt bent wordt er op het zelfreflectieformulier nog aangegeven wat je kunt verbeteren.

 

CBR examen

CBR examen

Bron: www.cbr.nl

Rekentoets telt weer mee voor het eindexamen

Rekentoets telt weer mee voor het eindexamen




Rekentoets telt weer mee voor het eindexamen

Het blijft verwarrend met de rekentoets. Want telt hij nou wel mee, of toch niet? Het blijft een onderwerp waar veel discussie over is. Op dit moment telt de toets alleen mee bij het VWO-eindexamen, maar vanaf volgend schooljaar, 2019-2020, telt de rekentoets weer mee voor alle niveaus.

 

Waarom is de rekentoets ooit ingevoerd?

In 2007 is er een onderzoek geweest dat heeft uitgewezen dat het niveau van rekenen te laag is. Dit probleem gold bij het mbo en op middelbare scholen. Om hier iets aan te veranderen, is toen de rekentoets ingevoerd. Wanneer er namelijk een rekentoets is, kunnen leerlingen met een te laag cijfer niet meer slagen. Dit betekent als je wil slagen, dat je rekenniveau omhoog moet.

De toets die hiervoor gebruikt werd, was door het hele land hetzelfde. Het werd gemaakt op de computer en bestond uit ongeveer 50 vragen. Een deel hiervan was hoofdrekenen, een ander deel was rekenen met een rekenmachine. Voor alle vragen mocht kladpapier gebruikt worden.

 

Werkte niet

Toch bleek uiteindelijk dat deze toets totaal niet werkte. De eerste jaren dat de toets afgenomen werd, is namelijk onderzocht wat de resultaten waren. Deze logen er niet om. Slechts 17 procent van de mbo-leerlingen haalden een voldoende. Op de havo was dit niet veel beter. Daar haalde maar 28 procent van de leerlingen de toets.

Onderwijsinstellingen vonden dit niet kunnen en uitten veel kritiek. Zo zou het niet goed zijn dat bij zulke slechte resultaten de toets verplicht was. De slagingskans is dan namelijk veel lager. Ook zouden de verhaaltjessommen te moeilijk zijn, omdat het taalgebruik onduidelijk was.

 

Te laat

Nog een kritiekpunt van de onderwijsinstellingen was dat de toets veel te laat afgenomen wordt. Pas in het voorexamenjaar of op het mbo wordt de toets afgenomen. Dat is te laat, want al op de basisschool zou het rekenen goed aangeleerd moeten worden. Het is niet goed als het pas goed geleerd wordt op de middelbare school.

Het probleem ligt dus grotendeels al op basisscholen. Het rekenonderwijs daar is niet goed genoeg. Daarom zijn er veranderingen doorgevoerd op de pabo. Dit houdt in dat als je meester of juf wil worden, je eerst een rekentoets moet halen, voor je les mag gaan geven. Door deze verandering wordt het rekenonderwijs al langzaam beter. Het enige probleem nu nog is dat leraren nooit bijgeschoold worden. Als je al 40 jaar leraar bent, is er grote kans dat je rekenkennis al een beetje weggezakt is.



 

Nieuwe rekentoets

Omdat de vorige manier van toetsen van rekenen niet goed werkte, wordt het nu anders aangepakt. Scholen mogen zelf vormgeven hoe ze het cijfer voor rekenen tot stand laten komen. Dit mag een toets zijn, maar het mogen ook meerdere toetsen zijn. Het mag bij een ander vak ingevoegd worden, maar het mag ook als op zichzelf staand vak gegeven worden. Voor de scholen die geen raad weten met deze nieuwe manier, blijft ook de oude toets nog bestaan.

Sommige politici vinden deze nieuwe aanpak nog steeds niks. Volgens hen ligt de focus nog steeds te veel op de toets. En dat terwijl het rekenonderwijs beter moet worden. Als het rekenonderwijs niet beter wordt, gaat geen enkele leerling de toets nu wel goed maken.

 

Voor wie geldt de nieuwe rekentoets?

Voor leerlingen die dit jaar eindexamen doen op de middelbare school verandert er nog niets. Voor leerlingen die volgend jaar eindexamen doen, verandert er ook niets. Als je in het schooljaar 2019-2020 in je voorexamenjaar zit, dus het jaar voordat je eindexamen doet, dan gaat de rekentoets voor jou wel meetellen. Voor het vwo telde de rekentoets vanaf het schooljaar 2015-2016 al mee voor het eindexamen.

Als je mbo doet, telt de rekentoets mee als je volgend schooljaar begint aan een opleiding. Als je nu dus al studeert aan het mbo, dan telt nog gewoon de oude regel voor rekenonderwijs binnen jouw opleiding.

 

Rekentoets telt weer mee voor het eindexamen

Naar: NOS, Het Parool en NRC

 

Mag je met alcohol rijden als autobestuurder?




Mag je met alcohol rijden als autobestuurder?

In Nederland waren er in 2017, 613 verkeersdoden te betreuren. Ongeveer 20% van deze verkeersdoden in Nederland, is gerelateerd aan het onder invloed zijn van alcohol.

Uit de cijfers van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers in Nederland mag duidelijk zijn dat alcohol gebruik in het verkeer geen goede combinatie is.

 

Rijden onder invloed

Het gebruik van alcohol in het verkeer is niet helemaal verboden. Pas als er een bepaalde hoeveelheid is genuttigd mag er geen voertuig meer bestuurd worden. Voor een beginnend bestuurder is dit ongeveer één alcoholisch drankje en voor een ervaren bestuurder is dit 2 alcoholische drankjes.

Eén alcoholisch drankje blijft ongeveer 1,5 uur in je lichaam. Het gebruik van koffie, frisse lucht of het eten van kauwgom, helpen niet bij het afbreken van de alcohol.

Of je voldoende gegeten hebt, je eigen lichaamsgewicht, voldoende slaap, kunnen wel een effect hebben op het afbreken van de alcohol. Per persoon kan het afbreken van alcohol dus ook langer duren dan 1,5 uur per eenheid alcohol.

 

Hoeveel alcohol mag een beginnend bestuurder gebruiken?

Iedereen vanaf 18 jaar die zijn rijbewijs haalt, is vijf jaar lang een beginnend bestuurder. Omdat een beginnend bestuurder niet of nauwelijks rijervaring heeft zijn er strengere regels ten aanzien van het gebruik van alcohol.

Een beginnend bestuurder mag maximaal 0,2 promille (88 µg/l) alcohol blazen. Deze hoeveelheid staat gelijk aan ongeveer één alcoholisch drankje.

 

Hoeveel alcohol mag een ervaren bestuurder gebruiken?

Een ervaren bestuurder mag maximaal 0,5 promille (220 µg/l) alcohol blazen. Deze hoeveelheid staat gelijk aan ongeveer twee alcoholisch drankje.

 

Wat zijn de gevolgen voor rijden onder invloed?

Op moment dat een beginnend bestuurder of ervaren bestuurder de bovenstaande limieten overschrijdt, kan de Politie een rijverbod van enkele uren tot maximaal 24 uur (voor een beginnend bestuurder maximaal 26 uur)

Als een bestuurder de limieten overschrijdt en betrokken is bij een ongeval kunnen er uiteraard zwaardere straffen opgelegd worden, die kunnen oplopen tot een gevangenisstraf.

 

Wanneer wordt een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer (LEMA) opgelegd?

Een LEMA wordt aan een beginnend bestuurder opgelegd vanaf 0,5 promille (220 µg/l) en kan opgelegd worden tot maximaal 0,8 promille (350 µg/l). Boven de 0,8 promille wordt een EMA opgelegd.

Een LEMA wordt aan een ervaren bestuurder vanaf 0,8 promille (350 µg/l) en kan opgelegd worden tot maximaal 1 promille (435 µg/l). Boven de 0,8 promille wordt een EMA opgelegd.

Een LEMA is een cursus van twee dagdelen en moet door de cursist zelf betaald worden. De LEMA kost €609,-.

 

 

Wanneer wordt de educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) opgelegd?

Een EMA wordt aan een beginnend bestuurder opgelegd vanaf 0,8 promille (350 µg/l) en kan opgelegd worden tot maximaal 1 promille (435 µg/l). Boven de 1 promille zal een rechter mogelijk een passende straf gaan bepalen.

Een EMA wordt aan een ervaren bestuurder vanaf 1,0 promille (435 µg/l) en kan opgelegd worden tot maximaal 1,3 promille (570 µg/l).

Een EMA is een cursus van twee dagdelen en nagesprekken verspreid over 7 weken. De EMA moet door de cursist zelf betaald worden. De EMA kost €954,-.

 

LEMA of EMA?

Cursus Beginnend bestuurder Ervaren bestuurder
Lichte educatieve maatregel alcohol (LEMA) 0,5-0,8 promille

220-350 µg/l

0,8-1 promille

350-435 µg/l

Educatie maatregel alcohol (EMA) 0,8-1,0 promille

350 – 435 µg/l

1,0-1,3 promille

435 -570 µg/l

 

 

 

Mag je met drugs of medicijnen gaan  rijden?

Net zoals alcohol een negatief effect heeft op de rijvaardigheid kunnen medicijnen en drugs dit ook hebben.

Als je medicijnen gebruikt zoals kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen of spierverslappende middelen, heeft dit invloed op je rijvaardigheid. De medicijnen met een invloed op de rijvaardigheid zijn te herkennen aan de gele sticker op de verpakking. Staat er een geel etiketje op het medicijn neem dan geen deel aan het verkeer!

Zowel hard- als softdrugs zijn boven een bepaald limiet niet toegestaan. Als de politie het vermoeden heeft dat er drugs is gebruikt, kan er een speekseltest, urinetest of bloedtest bij je afgenomen worden. Het is verplicht mee te werken aan deze tests, aangezien er anders sprake zal zijn van een misdrijf.

Als je drugs en alcohol met elkaar combineert in het verkeer zijn er geen drugslimieten van toepassing. Er is sprake van een nul-limiet op drugs, omdat het combineren met alcohol zeer negatieve effecten heeft.

Het lichaam heeft aanzienlijk langer de tijd nodig om af te breken in je lichaam in vergelijking met alcohol. Als je wiet gebruikt ’s avonds, kan het zijn dat je de volgende dag nog steeds de toegestane limiet overschrijdt.

Wees verstandig en neem geen deel aan het verkeer, nadat je drank, drugs of medicijnen hebt gebruikt.

 

Ga verder met theorie examen oefenen en maak de oefenexamens voor je auto rijbewijs theorie!

 

Mag je met alcohol rijden als autobestuurder

Mag je met alcohol rijden als autobestuurder?

Voorrangregels van de tram

Voorrangsregels van de tram




Voorrangsregels van de tram

Veel terugkerende vragen van scholieren hebben betrekking op de voorrangsregels van de tram. Niet alle scholieren hebben regelmatig te maken met een tram en worden dus verrast op moment dat ze door een stad rijden. De verkeersregels in Nederland zijn niet voor iedereen helemaal duidelijk. In dit artikel leggen we kort maar krachtig de verkeersregels voor de tram uit.

Aantal ongelukken met trams per jaar

In de jaren 90 waren er ruim 800 ongelukken waarbij 2000 gewonden vielen door een ongeluk met de tram. De afgelopen decennia is het aantal ongelukken gedaald, door strengere normen op het theorie examen van het CBR en daarnaast wordt er betere voorlichting gegeven omtrent de regels in het verkeer. Een goede bron voor verkeersregels is uiteraard het internet.

 

Wat zijn de verkeersregels voor een tram?

De belangrijkste verkeersregels voor een tram zijn:

  1. Een tram heeft op een gelijkwaardig kruispunt voorrang op bestuurders en voetgangers in het verkeer van zowel rechts als links.
  2. Een tram die afslaat heeft ook voorrang op het overige verkeer.
  3. Een tram die parallel rijdt met een auto, mag ook afwijken naar rechts en daarmee de pas afsnijden van de auto. De auto moet voorrang verlenen.
  4. Een tram moet wel stoppen voor een verkeerslicht, verkeersbord of verkeerstekens.

Heeft een tram van links voorrang?

Ja, als een tram van links komt op een gelijkwaardig kruispunt heeft de tram voorrang op al het overige verkeer.

Alleen als er verkeerslichten, verkeersborden of verkeerstekens het verkeer anders regelen, kan het voorkomen dat een tram voorrang moet verlenen.



Voorbeelden Voorrangsregels van de tram

Met de onderstaande afbeeldingen worden een aantal voorbeeld situatie beschreven, waarbij een tram voorrang heeft of voorrang moet verlenen. Heb je nog niet voldoende voorbeelden van de voorrangssituaties, dan kun je hier het theorie examen oefenen.

 

 

Voorbeeld 1 Voorrangsregels van de tram

Wat is de juiste volgorde?

 

Voorbeeld 1 Voorrangregels van de tram

 

 

Antwoord:
Tram, voetganger, auto.

 

Toelichting:
De tram gaat voor op een gelijkwaardig kruispunt, de auto moet voetgangers die in dezelfde richting lopen voorrang verlenen.

 

 

Voorbeeld 2 Voorrangsregels van de tram

Wie mag eerst?

 

Voorrangregels van de tram

 

Antwoord:
De auto

 

Toelichting:
De auto mag eerst. De haaientanden geven aan dat de tram en fietser moeten wachten op de auto.

 

 

Voorbeeld 3 Voorrangsregels van de tram

Wat is de juiste volgorde?

tram voorrang op kruispunt

 

Antwoord:

Tram, militaire colonne, auto.

Toelichting:

Een tram gaat voor op een gelijkwaardig kruispunt, de militaire colonne gaat rechtdoor en mag daarom voor op de afslaande auto.

Het vak Nederlands moet anders

Het vak Nederlands moet anders

Het vak Nederlands moet anders

Steeds minder studenten kiezen er voor om Nederlands te studeren aan de universiteit. In 2008 begonnen er nog iets meer dan 500 studenten aan deze studie, terwijl er in 2017 slechts 222 waren. Dit is dus ongeveer 50 procent minder, wat echt heel veel is. Volgens verschillende mensen ligt deze sterke daling aan het vak Nederlands op de middelbare school, dat veel leerlingen niet leuk vinden.

 

Middelbare school

Veel middelbare scholieren zitten niet met plezier in de les Nederlands. Het vak Nederlands is tegenwoordig een chaos van verschillende onderdelen. Er worden enorm veel onderdelen getoetst bij Nederlands: literatuurgeschiedenis, boekverslagen, spelling, grammatica, tekstbegrip, schrijfvaardigheid, enzovoort. Vaak gaan alle lessen hierover dwars door elkaar heen, komen er meerdere onderdelen tegelijk aan bod in een les en is het vak gewoon super druk. Dit betekent dat er totaal geen tijd over is om het vak leuk te vinden. Alles moet snel, maar tijd voor de leraar om echt zijn liefde voor het vak over te brengen is er nauwelijks.

Ook is het eindexamen Nederlands vaak veel te moeilijk en zijn de vragen vaag. Het komt hierbij dan ook grotendeels aan op trucjes leren, waardoor je een hoger cijfer kunt halen. Deze trucjes moeten weg, Nederlands moet weer een leuk vak worden, net als bijvoorbeeld biologie of geschiedenis. Natuurlijk moeten de vaardigheden blijven, maar ze mogen best een minder grote rol spelen. Juist de houding tegenover het Nederlands, de status van het Nederlands in de wereld en ook praten over het Nederlands moeten meer aan bod komen.

De studie Nederlands

Doordat veel scholieren door het moeilijke eindexamen vaak niet een extreem hoog cijfer halen, kiezen zij minder snel voor de studie Nederlands. Vaak ga je als scholier och af op waar je volgens je cijferlijst het beste in bent. En dan is de keuze dus makkelijk als je voor Nederlands ‘maar een 7’ hebt, terwijl je voor Engels wel een 9 hebt gehaald. Het probleem is echter dat je met een 7 voor Nederlands het eigenlijk heel goed gedaan hebt, want er is nog nooit een 10 gehaald voor het vak.

Verder is doordat veel scholieren het vak Nederlands saai vinden, er geen behoefte om verder te gaan met Nederlands. De mensen die talen wel leuk vinden, kiezen dan een andere studie aan de faculteit geesteswetenschappen, waar Nederlands bij hoort. Zo kiezen zij bijvoorbeeld voor geschiedenis of een mediastudie, waar je veel essays moet schrijven. Of ze kiezen voor een studie in de richting van communicatie, waar taal ook een grote rol speelt.

Nederlands in het buitenland

In het buitenland is de studie Nederlands veel populairder dan in Nederland zelf. In Nederland studeren er in totaal ruim 700 studenten Nederlands, terwijl dit er in het buitenland wel 14.000 zijn. Onder ‘het buitenland’ worden alleen landen verstaan waar geen Nederlands gesproken wordt. Suriname en België tellen hier dus bijvoorbeeld niet onder. De buitenlandse studenten studeren echter niet altijd voltijd Nederlands, voor sommigen is het slechts een onderdeel van hun studiepakket. Een land waar de studie Nederlands populair is, is Duitsland. In het grensgebied tegen Nederland aan, leren veel Duitsers Nederlands, wat heel handig is, omdat in dit gebied veel handel gedreven wordt met Nederland. Ook in Polen is het studeren van Nederlands om deze reden populair.

 

Het vak Nederlands moet veranderd worden

Eén ding is zeker: het vak Nederlands op de middelbare school moet zo snel mogelijk aangepast worden, waardoor meer scholieren het gaan waarderen. Als dit niet gebeurt, zal het aantal studenten Nederlands alleen maar verder afnemen. Dit heeft tot gevolg dat er ook niet meer genoeg mensen docent Nederlands willen worden. Zelfs als alle studenten die nu Nederlands studeren docent zouden worden, is er alsnog een tekort. En natuurlijk willen lang niet alle studenten leraar worden, want je kan nog veel meer beroepen uitoefenen na deze studie. Met een tekort aan docenten Nederlands, zullen er onbevoegde leraren voor de klas komen, die al helemaal geen liefde voor het vak kunnen overbrengen, waardoor alleen nog maar minder scholieren Nederlands willen studeren.

Om dit te voorkomen, werkt de Taalunie samen met universiteiten en een aantal docentenorganisaties aan een plan om het vak Nederlands te veranderen. In België zijn de aanpassingen een aantal jaar geleden al doorgevoerd en daar lijkt de studie weer meer studenten te trekken. Dit geeft hoop voor in Nederland. Het is de bedoeling om de eerste aanpassingen door te voeren in 2020 en dit door te zetten in de jaren daarna.

 

Het vak Nederlands moet anders

Het vak Nederlands moet anders

Naar: Genootschap Onze Taal, Nieuwsredactie, NU.nl, Plus Online, de Volkskrant, IVN, Ad Valvas en EenVandaag

 

Lange wachttijden voor afrijden

Lange wachttijden voor afrijden

Lange wachttijden voor afrijden

 

Tekort aan examinatoren

Doordat er steeds meer mensen willen afrijden, lopen de wachttijden voor de rijexamens op. De belangrijkste reden waarom het aantal examens zo fors is toegenomen, is dat het nu ook voor 17-jarigen mogelijk is om hun rijbewijs te halen.  Om dit te kunnen oplossen, zouden er meer examinatoren aangenomen moeten worden. Als dit gebeurt, kunnen er namelijk meer mensen op dezelfde dag afrijden. Om meer examinatoren te kunnen werven, is de norm om examinator te mogen worden veranderd. In plaats van dat je minimaal een MBO-4-diploma nodig hebt, is nu een diploma van MBO-3 al genoeg. Om het tekort aan examinatoren ook een beetje te compenseren, heeft het CBR ook gezorgd dat er op sommige locaties bijvoorbeeld in de avond of in het weekend afgereden kan worden.

 

Nog niet vaardig genoeg

Wat een groot probleem is, is dat veel mensen zich te snel inschrijven om af te rijden. Juist omdat de wachttijden nu zo lang zijn, schrijven veel examenkandidaten zich al ver van tevoren in om te kunnen afrijden. Dit gebeurt vaak zelfs al meteen nadat het theorie-examen gehaald is. Dit om te voorkomen dat er als de kandidaat al vaardig genoeg is, nog tien weken moet wachten. Dit vroege inplannen van het afrijden is echter niet altijd handig. Examinatoren zien het namelijk steeds vaker gebeuren dat kandidaten nog lang niet vaardig genoeg zijn om zelfstandig de weg op te kunnen. En dit helpt ook zeker niet mee met het verminderen van de lange wachttijden. Deze kandidaten moeten namelijk allemaal een herexamen doen, wat betekent dat zij al twee keer hebben moeten afrijden. Herexamens nemen veel tijd in bij het CBR, wat de wachttijden dus weer doet laten oplopen. Daarnaast kan het theorie examen verlopen, waardoor cursisten het theorie examen oefenen, zodat ze opnieuw slagen.

Niet veilig

Maar niet alleen voor de examinatoren is het een probleem dat de kandidaten nog niet vaardig genoeg zijn om te kunnen afrijden. Ook voor henzelf is het natuurlijk niet leuk. Ze voelen zelf ook wel aan dat ze nog niet goed genoeg kunnen rijden. Als je dan examen moet doen, is dat niet goed voor je zelfvertrouwen. Als je een ingreep krijgt tijdens je examen en je zakt vervolgens, is dit niet leuk om te horen. In sommige gevallen blijft het echter niet bij slechts één ingreep. Maandelijks zijn er volgens het CBR ongeveer 130 mensen waarbij het examen zelfs niet eens afgemaakt kan worden, omdat er zoveel ingrepen gedaan moeten worden, dat het gewoon niet veilig is.

Kortom, er zijn meerdere redenen aan te wijzen voor de lange wachttijden bij het CBR. Om dit op te lossen, heeft het CBR in ieder geval al een ding bedacht. De examenkandidaten die nog niet vaardig genoeg zijn en waarvan hun examen tussentijds al wordt afgebroken, worden “gestraft”. Zij moeten namelijk niet de gebruikelijke twee weken wachten tot ze weer mogen afrijden, maar ze moeten zes weken wachten. Verder zegt het CBR dat het belangrijk is om een rijschool uit te kiezen die bij je past. Ook als je je niet fijn voelt bij je huidige rijschool, schroom dan niet om over te stappen.

 

Lange wachttijden voor afrijden

 

 

 

Slechtere resultaten tijdens warmte

Slechtere resultaten tijdens warmte

Slechtere resultaten tijdens warmte

 

Slechtere resultaten tijdens warmte

Deze resultaten zullen veel scholieren leuk vinden om te horen, want ook al weet iedereen wel dat leren tijdens temperaturen van boven de 25 graden niet prettig is, vaak denken mensen toch dat scholieren zich een beetje aanstellen als ze klagen over het warme weer en al helemaal als ze beweren dat het ook echt invloed op hun cijfers zou hebben. Gelukkig voor hen, blijkt dat nu toch waar te zijn. Alhoewel, gelukkig… Hun cijfers zijn dus wel lager. Het is te hopen dat de N-termen voor de eindexamens ook een beetje rekening houden met het warme weer.

Hoe kan het dan precies dat warmte invloed heeft op de schoolresultaten? Sowieso zijn scholieren veel sneller afgeleid tijdens de hitte. Je denkt aan alle leuke dingen die je ook had kunnen doen als je vrij zou zijn, maar ook een grote afleiding is dat je gewoon elke keer nieuw drinken gaat pakken omdat het te warm is. Zo zou nog wel even doorgegaan kunnen worden met andere afleidingen. Een andere reden is dat scholieren ook vaker geïrriteerd worden door de hitte.

 

Eindexamens

Toch is er tijdens de eindexamens helemaal niet zo veel geklaagd over de hitte. Misschien wel onderling, maar slechts 600 examenkandidaten hebben ook daadwerkelijk de moeite genomen om echt een klacht in te dienen bij het LAKS. Dit valt dus alles mee in vergelijking met hoeveel mensen er dit jaar eindexamen deden.

Wat opvalt uit dit onderzoek is dat vooral scholieren uit gezinnen met een lager inkomen last hebben van de warmte en dus lager scoren. Dit komt omdat gezinnen die iets meer te besteden hebben vaker een airco in huis hebben, wat er natuurlijk voor zorgt dat het iets koeler is tijdens het leren. Tijdens de eindexamens in Nederland houden de meeste scholen wel rekening met de hitte, zij treffen goede voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat de scholieren het te warm krijgen.

Dit onderzoek is gedaan in de Verenigde Staten, dus het is niet in Nederland getest, maar de kans is groot dat de resultaten ook hier opgaan. De precieze resultaten waren als volgt: boven de 21 graden, zijn de resultaten van examens van scholieren lager dan wanneer de temperatuur lager is. Als de temperatuur vervolgens met 0,55 graden stijgt, dan daalt het resultaat een procent extra. Mocht het warmer worden dan 38 graden, wat in Nederland natuurlijk zelden voorkomt, dan is dat percentage nog hoger. Dit is onderzocht door gedurende 13 jaar meer dan tienduizend resultaten van Amerikaanse scholieren te vergelijken.

 

Resultaat

Is er iets aan te doen? Dat ligt volledig aan jezelf, tijdens het leren in ieder geval. Zorg voor een koele plek om te leren en zorg voor genoeg drinken in de buurt. Ook is het handig om je mobiel uit te zetten, zodat je niet elke keer jaloers gaat kijken naar foto’s van vrienden die wel lekker van de zon aan het genieten zijn. Verder kan je jezelf als beloning stellen dat als je iets geleerd hebt, even een kwartiertje in de zon mag liggen. Wedden dat je extra geniet van dat kwartiertje zon.

De zon heeft zeker voordelen, maar niet tijdens het leren. Het blijkt dus ook wel degelijk effect te hebben op je examenresultaten, dus het is te hopen dat er tijdens de beoordeling ook echt rekening mee wordt gehouden. Verder is er helaas niets anders aan te doen dan je aanpassen, want de temperatuur is natuurlijk niet te veranderen.

 

Slechtere resultaten tijdens warmte

 

Naar: BBC News

Chinees eindexamen doen

Chinees eindexamen doen

Chinees eindexamen doen

Op zeventig scholen in Nederland werd al een tijdje Chinees aangeboden als vak. Echter, tot nu toe was het nog niet mogelijk om ook daadwerkelijk eindexamen in Chinees te doen. Vanaf dit jaar is dat wel mogelijk voor vijftien scholen. Het gaat hier dan om de leerlingen die in het schooljaar 2015-2016 Chinees hebben gekozen om te volgen in de bovenbouw, deze leerlingen kunnen vanaf nu het vak ook afsluiten met een cijfer op hun diploma. De scholen die het examen sinds 2010 getest hebben, konden al wel langer Chinees als eindexamenvak volgen, zij maakten namelijk het zogenoemde pilot-examen.

 

Centrale examens

Wat opvallend is, is dat de examens niet in de week plaatsvinden waarin alle andere centrale eindexamens afgenomen worden. De examens moeten al worden afgesloten voor deze week, dus vinden ze plaats in de schoolexamenweken. De vaardigheden die worden getoetst zijn hetzelfde als bij alle andere talen, namelijk lezen, luisteren, schrijven en spreken.

Hoewel deze vaardigheden worden getoetst, vragen veel mensen zich af in hoeverre iemand nou echt na vijf of zes jaar les Chinees spreekt. Nadat je eindexamen gedaan hebt, is het mogelijk om gewone basisgesprekken te voeren. Dit zijn onder andere gesprekken over jezelf, de weg vragen of eten bestellen in een restaurant. Verder weet je natuurlijk veel over de Chinese cultuur, wat handig kan zijn voor de communicatie met China.

 

Bijzondere taal

Chinees is niet de eerste ‘bijzondere’ vreemde taal waar eindexamen in gedaan kan worden. Naast Nederlands en Engels is het op het vwo verplicht om een extra vreemde taal te kiezen. Waar op de meeste scholen alleen Frans en Duits als keuzes worden aangeboden, is het op sommige scholen ook mogelijk om Spaans, Fries, Russisch, Italiaans, Turks en Arabisch als eindexamenvak te volgen. Nu komt Chinees hier dus nog bij.

De mogelijkheid om examen te doen in Chinees is vanaf nu alleen nog mogelijk op vwo-niveau, omdat de taal vrij lastig is om te leren. Juist omdat het vrij moeilijk te leren is, wordt Chinees op veel scholen aangeboden om vwo-leerlingen een extra uitdaging te bieden. Omdat sommige van deze leerlingen snel verveeld raken, is het leren van Chinees een goede motivatie om te leren hoe je het beste kan leren en echt eens moeite te doen voor iets, zonder dat het te makkelijk gaat. Het lastigste aan Chinees is bijvoorbeeld dat ze schrijven en lezen in Chinese tekens, die je dus allemaal nieuw zal moeten leren en onthouden. Ook zijn er voor sommige klanken wel vier verschillende manieren om het uit te spreken, wat het nog lastiger maakt.

 

Eindexamen Chinees

Doordat Chinees zo’n lastige taal is, wordt het eindexamen dus alleen op vwo-niveau ingevoerd, maar de interesse onder havisten stijgt ook. Voor hen is het alleen mogelijk om via particulier onderwijs het vak te volgen. Mochten zij het op hun cijferlijst willen hebben, moeten ze daarna nog een staatsexamen Chinees volgen.

Het eindexamen Chinees is ingevoerd, omdat samenwerking met China belangrijk is volgens het ministerie van Onderwijs. Een goede relatie met China kan worden behouden als er Nederlanders zijn die Chinees spreken en die iets afweten van de Chinese cultuur. Ook is het makkelijk om een baan te vinden bij een internationaal bedrijf, vooral een bedrijf dat samenwerkt met China. Daarnaast onderscheidt je je als vwo-leerling met Chinees sowieso van de andere vwo-leerlingen op de arbeidsmarkt, omdat veel van hen Frans of Duits hebben gevolgd, waarmee deze leerlingen zich dus niet per se onderscheiden van de rest. Verder is Chinees een taal die door bijna 25 procent van de mensen op deze aarde wordt gesproken en dit zal alleen maar uitbreiden, door de sterke economische positie van China op dit moment en door de grote bevolkingsgroei in China.

 

 

Chinees eindexamen doen

Bron: NOG en 7days